Bargoens zakwoordenboek

Interessant wel: Zakwoordenboekje van het Bargoensch, via Project Gutenberg. Gepubliceerd in 1906.

Sommige woorden zijn inmiddels tot de “gewone” taal doorgedrongen, zodat iedere Nederlander wel zal weten wat ze betekenen; bijv. dokken, bikken, jatten. Andere woorden, hoewel bekend, klinken nog steeds erg Amsterdams: bajes, gabber, gozer. Sommige zijn minder bekend, maar wel grappig: lummelbout, bevroren hond, hortsik, huppelwater. Sommige woorden komen uit het Jiddisch (mesjoche, goochem), andere zijn weer ontleend aan het Engels (monnie, nijffie).

Er zijn ook woorden die tegenwoordig een andere (hoewel gerelateerde) betekenis hebben; bijv. gajes, dat oorspronkelijk gewoon “volk” betekende (zonder negatieve bijbetekenis); of “mokum”, dat stad betekende, maar waar tegenwoordig Amsterdam mee bedoeld wordt.

(Mijn opa kwam uit Amsterdam, misschien dat daarom relatief veel woorden mij als “normaal” voorkomen… :-)

Comments are closed.